Tricot stond lang bekend als het katoenen T-shirt- en ondergoedstof, maar is tegenwoordig veel meer dan dat. Tricot is eigenlijk de algemene benaming voor gebreide stoffen, en doordat het gebreid is, is het rekbaar en erg comfortabel. Sinds de komst van de tricot (of jersey zoals het in het Engels genoemd wordt) waarin ook een paar procent elastische garens, bijvoorbeeld lycra of elastaan, zijn verwerkt, wordt de stof alleen nog maar meer gebruikt. Tricot stond lang bekend als het katoenen T-shirt- en ondergoedstof, maar is tegenwoordig veel meer dan dat. Tricot is eigenlijk de algemene benaming voor gebreide stoffen, en doordat het gebreid is, is het rekbaar en erg comfortabel. Sinds de komst van de tricot (of jersey zoals het in het Engels genoemd wordt) waarin ook een paar procent elastische garens, bijvoorbeeld lycra of elastaan, zijn verwerkt, wordt de stof alleen nog maar meer gebruikt.

 
Als beginner kan het werken met tricot soms nog lastig zijn; de stof krult soms om en rekt enorm mee waardoor het lastiger te verwerken is dan bijvoorbeeld katoenen stof. Daarom hebben we deze week in onze Tips & Tricks een uitgebreide werkbeschrijving zodat ook jij aan de slag kunt met tricot! 

 

Verschillende soorten tricot 
Om te beginnen zijn er verschillende soorten tricots. Er zijn ‘single’ (enkele) tricots, deze heeft aan een kant rechtse steken en aan de andere kant linkse steken. Daardoor ziet de ene zijde er anders uit dan de andere. Single tricots zijn wat dunner en is erg rekbaar en soepel. Een ‘double’ tricot, ook wel interlock genoemd, ziet er aan beide kanten hetzelfde uit en is wat dikker. Daardoor is een double tricot ook wat steviger en stabieler maar wel minder rekbaar. 


Er zijn dan ook weer verschillende single en interlock-tricots. Een bekende variant is de travel jersey. Dit is een gladde tricot met aan beide kanten elasticiteit en de look van een lycra stof. De stof is erg comfortabel en, zoals de naam het al zegt, daarom fijn voor outfits voor op reis of onderweg. Een andere populaire tricot is de jogging stof, ook wel sweatstof genoemd. Deze isoleert de warmte en neemt vocht goed op door het gebruik van speciale katoenen breisels. Door deze combinatie werd het voorheen veel gebruikt voor sportkleding maar tegenwoordig worden er ook veel andere items van gemaakt. Er worden bijvoorbeeld blazers van gemaakt, waarvan de zoom onafgewerkt kan blijven. Een stof die tussen jersey en joggingstof in valt is de french terry. Deze is wat dikker dan ‘gewone’ tricot maar wat dunner dan jogging. Deze is aan de binnenkant niet geruwd waardoor je het breisel beter ziet zitten en waardoor het wat minder volumineus is.

 Tricot Travel Jersey

Jogging Tricot

 Tricot French Terry


Voor sportkleding (of lingerie of badkleding) wordt ook vaak lycra tricot – in de volksmond vaak gewoon lycra genoemd – gebruikt. Lycra is de grondstof, en maakt de tricot zeer rekbaar en soepel. Daarnaast zijn er natuurlijk ook minder gangbare tricots. Een bijzondere die bij Textielstad verkrijgbaar is, is de modissimo. Dit is een soepele en zwaar vallende tricot met een ‘cupro’-uitstraling. 

 Tricot Lycra

 Tricot Modissimo 


Wat alle varianten in ieder geval met elkaar gemeen hebben, is dat ze allemaal rekbaar zijn. Nu zit er in die rekbaarheid natuurlijk wel weer verschil. Als vuistregel kun je stellen dat de kant met de “meeste” rekbaarheid om het lichaam heen gaat. Voor T-shirts en jurkjes worden vaak tricots gebruikt met een breedte rekbaarheid van ongeveer 50 procent, voor rokken en jasjes mag de stof stabieler zijn, en gebruikt men vaak een breedte rekbaarheid van 25 procent.

 

Tricots met een lengte rekbaarheid zijn ook erg geschikt om bijvoorbeeld een strakke broek van te maken. Daarnaast zijn er ook breisels, tricots, met een bi-(dubbele) stretch; deze hebben zowel rekbaarheid in de lengte als in de breedte, en worden vaak gemaakt van samengestelde grondstoffen zoals bijvoorbeeld een menging van katoen/elastomeer,  of een menging van viscose/polyester/elastomeer. 

 

Voordat je begint is het handig om te weten dat:

Tricots die op de stofkartonnen gerold zijn, onder “spanning” komen te staan als gevolg van dit oprollen. Door de stof als lap te laten “rusten”, komt de stof weer in zijn originele vorm terug.

De zelfkanten van tricots vaak gelijmd zijn waardoor de stof “trekt” in richting van de zelfkant. Door de zelfkanten ervan af te knippen, zal de stof zich ontspannen en is de volledige breedte te gebruiken.

Afhankelijk van de gebruikte grondstoffen de tricots kunnen krimpen. Door de stof van te voren te wassen voorkom je later teleurstellingen.

Tijdens het knippen/snijden van de tricots, het belangrijk is dat de gehele stof rust op de tafel, dit om het uitrekken van de stof te voorkomen.

Single tricots altijd ‘krullen’ (naar de rechtse kant) als je het patroon hebt uitgeknipt. Dit is eenvoudig te verminderen door de randen te strijken met stijfselspray.

 

Verschillende naalden bij tricot

Voordat je begint met naaien is het natuurlijk ook belangrijk de juiste naald in je machine te plaatsen. Het is altijd belangrijk om je machinenaalden aan te passen aan de stofsoort die je gaat verwerken. Dit kan veel ergernissen tijdens het naaien voorkomen en maakt het eindresultaat mooier. Dit geldt niet alleen bij het gebruik van tricot, maar bij iedere stofsoort. Over andere soorten naalden kun je meer lezen in deze blog

 

Voor tricot stoffen zijn er de volgende naalden:

Ballpointnaalden, H-suk dikte 70. Deze is geschikt voor gebreide stoffen en zwaardere tricots, zoals een punta. 

Stretch naalden, H-S dikte 75 en 90. Geschikt voor gebreide stoffen die sterk elastisch zijn en voor synthetische stoffen waaronder lycra’s.  

Jersey-Twinnaald, H-S ZWI dikte 75, met een afstand tussen de twee naalden van 2.5mm en 4.0mm. Je werkt bij een tweelingnaald met twee bovendraden en – net als anders – één onderdraad. Hierdoor krijg je aan de bovenkant twee rijen stiksels naast elkaar en aan de onderkant een zigzag. Zo is de tweelingnaald heel geschikt voor het afwerken van rekbare stoffen.

 

Van links naar rechts: ballpointnaalden, stretchnaalden, jersey-tweelingnaald

 

Stabiliseren en verstevigen van de rekbare stof
Na het wassen, eventueel bewerken met stijfselspray, het knippen en het kiezen van de juiste naald kun je nu dan écht beginnen. Zoals al eerder aangegeven zijn tricot stoffen erg rekbaar en daardoor soms een uitdaging om mee te werken. Gelukkig zijn er verschillende bandjes en tussenvoeringen, al dan niet strijkbaar, om de stof te stabiliseren. 


Zo heeft ook Textielstad allerlei fournituren in de handel die het verwerken van tricots gemakkelijker maken:

Naadband/veterband: een smal, recht geweven katoenband om mee te stikken in de naden wanneer deze juist niet meer mogen rekken. 

Vlieseline naadband: een 10 mm brede non-woven vliesbandje. Ook te gebruiken in naden die niet meer mogen rekken, maar dit is een opstrijkbaar bandje.

Kantenband: een non-woven opstrijkbare band, versterkt met lengtedraden. Deze is verkrijgbaar in verschillende breedtes, van 15 mm tot 50 mm. Te gebruiken ter versteviging en voor naden die niet mogen rekken.

Vlieseline vormband: ook een non-woven opstrijkbare band, wat je rond kunt leggen, verstevigd met een kettingsteek . Dit geeft meer stabiliteit voor de ronde lijnen, maar haalt ook de rekbaarheid eruit.

Framilastic: transparant elastiek, in 6mm en 9mm, wanneer je dit bandje zonder spanning mee stikt in je naden, stabiliseert de naad of de ronding, maar haal je niet de rekbaarheid uit de stof.

Soluvlies, of Soluweb: een vlieseline die weer oplost in water. Ga je de stof afwerken met een enkele naad, dan kun je de zoom hiermee tijdelijk stabiliseren. 

 

Van links naar rechts: Vlieseline naadband, vliesnaadband van Prym, kantenband, Vlieseline vormband, framalistic, soluvlies 


Er zijn bepaalde onderdelen die om extra aandacht vragen wat betreft het verstevigen, niet alleen voor het vereenvoudigen van het bewerken, maar ook om uitrekken te voorkomen. De schoudernaden zijn zo’n voorbeeld. Door een kledingstuk veel aan en uit te trekken kunnen schoudernaden toch gaan uitrekken, dit kun je voorkomen door een naadbandje in de schoudernaden mee te stikken. Hierbij moet je wel rekening houden met het feit dat je dan de rek uit de schoudernaad haalt. Een andere oplossing is er in de vorm van de hierboven genoemde framalastic, een transparant elastiek te verkrijgen in 6 mm en 9 mm. Door dit elastieken bandje in ontspannen vorm met de schoudernaden mee te stikken behoud je wel de rek in de schoudernaad, maar heb je tevens ook de vormvastheid die eventueel uitrekken tegen gaat.


Ook de armsgaten of halslijnen kunnen worden gestabiliseerd. Dit kun je doen door gebruik te maken van vormband, beleg of biaisband. Maar: bij al deze bewerkingen gaat de rekbaarheid verloren. Net als hierboven genoemd, kun je ook hierbij framalastic gebruiken of rekbare biaisband om de rekbaarheid te behouden. Bij het bevestigen van framalastic is het belangrijk dat je de elastiek mee laat lopen, en dat je hem dus niet mee uitrekt, anders gaat de rekbaarheid alsnog verloren. 


Niet alleen de naden moeten (of kunnen) soms verstevigd worden. Ook de kragen en bijvoorbeeld de belegdelen moeten worden gestabiliseerd om te voorkomen dat ze gaan hangen. Ook daarvoor gebruik je tussenvoering (ook wel Vlieseline genoemd), maar ook deze moet natuurlijk rekbaar zijn om de stof zijn functie te laten behouden. Er zijn een aantal geschikt voor tricot:

 

Vlieseline H609: soepele, opstrijkbare tussenvoering, zowel rekbaar in de lengte als breedte.

Vlieseline Tricot-plak: opstrijkbare tussenvoering en rekbaar in de breedte. Deze tussenvoering geeft versteviging en daardoor meer body.

Vlieseline G770: geweven tussenvoering, zowel rekbaar in de lengte als breedte. Uitermate geschikt voor de zwaardere rekbare stoffen, voorzien van een grof aangebrachte kleefstof waardoor deze veel body geeft.

P485: een zachte en soepele multi-functionele geweven opstrijkbare tussenvoering en rekbaar in de breedte. Erg veelzijdig waardoor je hem in veel verschillende stoffen kan gebruiken.

 

Afwerking 

De naden van tricots rafelen meestal niet, daarom is het niet nodig om deze af te werken. Door de patroondelen uit te snijden in plaats van te knippen heb je nog strakkere lijnen omdat er geen “hapjes” ontstaan. Wil je de naden wel graag afwerken dan worden de naden vaak samen afgewerkt voor een strakker resultaat. Een voordeel van het afwerken is dat het meer stabiliteit geeft aan de stof.


Je kunt de naden afwerken door middel van een lockmachine of met een gewone zigzagsteek op je naaimachine. Strijk de zoom vervolgens op de gewenste breedte om en speld het vast. Daarna kun je de zoom doorstikken met een enkel stiksel (in combinatie met de wiebelsteek) of met een tweelingnaald (in combinatie met een gewone rechte steek). 


Bij een tweelingnaald staan de naalden parallel aan elkaar, met twee verschillende tussen-maten. Je gebruikt twee bovendraden. De spoeldraad verbindt de steken met een zigzagsteek, waardoor een gelijkwaardig stiksel ontstaat die zijn rekbaarheid behoud, zonder de stof uit te trekken of dat deze gaat lubberen.


Heb je toch nog vragen over het gebruik van de tweelingnaald, of het verstevigen van de verschillende onderdelen? Schrijf je dan in voor een van onze workshops voor allerlei tips en persoonlijke begeleiding!