Het maken van een spijkerbroek is een vak apart. Het schrikt vaak af om eraan te beginnen. Toch hoeft het helemaal niet ingewikkeld te zijn. Met een aantal toevoegingen zoals sierstiksels, riemlusjes en siernieten lijkt een broek van spijkerstof al snel op een échte jeans.

 

Voordat je aan de slag gaat, heb je natuurlijk stof en een patroon nodig. Wij hebben hieronder alvast wat suggesties op een rijtje gezet ;).

   

   

 

Wat heb je nodig?

 

Naast stof en een patroon raden wij voor de verwerking van denimstof ook een aantal specifieke tools aan. Zoals bijvoorbeeld jeansnaalden. We raden deze overigens pas aan te gebruiken bij echt zwaardere jeansstoffen (vanaf 200 gram). Bij spijkerstoffen met een lager gewicht kun je normale, universele naalden gebruiken. Daarnaast heeft Bernina ook nog een speciaal jeansvoetje die zorgt voor mooie naden met rechte steken op dikke en harde stoffen, maar ook een standaard voetje volstaat.

 

Kenmerkend voor jeans zijn de vele sierstiksels. Hiervoor gebruik je extra sterk garen en een doorstiknaald, oftewel een topstitchnaald. Deze naald heeft een groter oogje waardoor het dikkere doorstikgaren er gemakkelijk doorheen gaat. Vaak wordt er contrasterend doorstikgaren gebruikt, of de bekende okergele kleur. Maar natuurlijk kun je iedere kleur nemen die jij mooi vind. Zorg er wel voor dat je genoeg garen in huis hebt. Op de klosjes extra sterk garen van Mettler zit bijvoorbeeld maar 30 meter, voor een volwassen spijkerbroek heb je vaak het dubbele nodig.

 

Daarnaast zijn ook de siernieten kenmerkend voor een jeans, deze worden onder andere geplaatst bij de zakken. Je kunt een gekochte jeans als voorbeeld nemen om te kijken waar je ze allemaal kunt plaatsen. Hoe je ze erin zet? Die uitleg vind je in deze blog!

 

Voor de echte details in je jeans hebben we in ons assortiment ook jeansritsen; metalen ritsen met een denimlook. Deze ritsen zijn qua kleur gelijk met denimstoffen, zowel met lichte als met donkere spijkerstoffen. De lengtes variëren van 6 centimeter tot 20 centimeter. Deze ritsen worden vaak niet alleen functioneel gebruikt maar ook bewust gekozen ter decoratie, bijvoorbeeld onderaan de broekspijpen.

 

     

 

Waar let je op tijdens het verwerken?

 

Over het algemeen rafelt jeansstof nogal, daarom raden we altijd aan de randen van de stof netjes af te werken. Dit kan uiteraard met een zigzagsteek maar afwerking met een lockmachine heeft de voorkeur. Het aan elkaar stikken van de panden doe je gewoon met een rechte steek.

 

Denimstoffen zijn meestal wat dikker waardoor er dikke bobbels kunnen ontstaan wanneer de lagen spijkerstof zich opstapelen, voornamelijk op de plekken waar de naden elkaar kruisen. Je kunt dit heel eenvoudig oplossen door er simpelweg een aantal keer flink met een hamer op te slaan. (Zorg vanzelfsprekend hierbij wel voor een stevige ondergrond!)

 

Voor het doorstikken van de naden is het, het mooist om een iets langere stiksteek te gebruiken. Standje 3,5 is een mooie lengte. Het eerste sierstiksel zet je op ongeveer 2 millimeter van de rand. De tweede rij siersteken zet je ongeveer 6 millimeter vanaf het eerste stiksel. Let bij dubbele stiksels wel op de afstand in de bochten. Je naait al snel te ver door waardoor de afstand tussen de stiksels in de hoekjes en bochten te klein wordt. Om zeker van je zaak te zijn kun je met een krijtje of markeerpen de lijnen in de bocht uittekenen.

 

  

 

Dit zijn de belangrijkste tips & tricks voor het maken van een jeans op een rij. Loop je toch nog tegen problemen of vragen aan? Laat het ons gerust weten, wij helpen je graag verder :).